Petra’s Weblog

28 januari 2005

De eend van Cuyp

Geplaatst onder: gezien — Petra @ 21:16


Voor mijn werk kom ik nogal eens in musea. Dat is natuurlijk heel leuk, maar meestal zie je tijdens zo’n werkbezoek nauwelijks iets van het museum zelf. Dat ging gelukkig anders in het Dordrechts Museum. Toen de bespreking waarvoor ik kwam, afgelopen was, werd mij gevraagd of ik nog even het museum wilde bekijken. Uiteraard! Er werd ook bijverteld dat een van de hoogtepunten die ik beslist moest zien, de ‘Eend van Cuyp’ was. Ik had er nooit van gehoord, maar het bleek een schilderij te zijn van de eend Sijctghen door Aelbert Cuyp te zijn. Het beestje schijnt echt bestaan te hebben. Toen het diertje de respectabele leeftijd van twintig jaar bereikte, vroeg de eigenaar aan Aelbert Cuyp om het te vereeuwigen. Dat was in 1647. Aelbert Cuyp is geboren in Dordrecht en toen dit schilderij op de markt kwam, heeft het Dordrechts Museum dan ook alles op alles gezet om het te kunnen aankopen. En dat is gelukt. Het is nu het middelpunt van een tijdelijke tentoonstelling met als thema ‘de eend in de schilderkunst’. Een collectie opgezette eenden (een bruikleen van Naturalis) en een verzameling levende eenden in de tuin van het museum maken de tentoonstelling compleet.
Het Dordrechts Museum is ook een van de tijdelijke dependances waar een deel van de collectie van het Rijksmuseum tijdens de verbouwing te zien is. Onder de titel ‘Rijksmuseum aan de Merwede’ biedt het museum een dwarsdoorsnede van de negentiende-eeuwse schilderkunst en kunstnijverheid uit de depots van het Rijksmuseum. Met namen als Toorop, Breitner en Koekkoek is ook deze tentoonstelling absoluut de moeite waard.

25 januari 2005

De onderstroom / Nicci Gerrard

Geplaatst onder: gelezen — Petra @ 22:34


Nicci Gerrard is de vrouwelijke helft van het schrijversduo dat opereert onder het pseudoniem Nicci French. ‘De onderstroom’ is haar eerste ’soloroman’. En hiermee heeft ze ook direct aangetoond dat ze kan schrijven zonder haar wederhelft.
Het verhaal is in twee delen gesplitst. Het eerste deel speelt zich af rond 1980. We maken kennis met Louise en Victor en hun dochters Stella, Edie en Jude. Op het eerste gezicht een harmonieus gezin. Tot een dramatische gebeurtenis een einde maakt aan die (schijnbare?) harmonie.
Het tweede deel speelt zich twintig jaar later af. Als Louise is overleden, komen haar dochters bij elkaar om de crematie te regelen en het huis uit te pakken. Er worden veel herinneringen opgehaald en ieder blijkt haar eigen visie te hebben op de gebeurtenissen uit het verleden.
Ik heb het boek zo ongeveer in 驮 adem uitgelezen, maar ik vind het moeilijk onder woorden te brengen wat me nu precies aantrok in het boek. Het is in ieder geval met veel vaart geschreven. Het verhaal pakte me vanaf het begin. Het is misschien de combinatie van het schijnbaar normale, harmonieuze gezin, met zaken die onderhuids toch broeden. Je weet dat er iets mis is, maar je krijgt er je vinger niet achter wat het precies is. Pas aan het einde van het verhaal wordt het stukje bij beetje duidelijk.

22 januari 2005

Moordkuil / Arnuldur Indridason

Geplaatst onder: gelezen — Petra @ 22:04


Een politieroman die zich afspeelt in Reykjavik, IJsland. Weer eens wat anders. Hoofdpersoon is rechercheur Erlendur. En al die Scandinavische rechercheurs lijken te kampen met hetzelfde probleem: na een slecht huwelijk zijn ze inmiddels al weer een tijdje gescheiden, worstelen met hun inmiddels puberende kinderen en hebben vooral last van eenzaamheid. Zo ook Erlendur. Gelukkig heeft hij geen drankprobleem, iets waar zijn collega-rechercheurs in Noord-Europa ook nog vaak last van hebben.
In ‘Moordkuil’ wordt Erlendur bij een gevonden skelet in een bouwput geroepen. Het skelet is zo oud dat de technische recherche er weinig mee kan en er wordt een ploeg archeologen opgetrommeld om het verder bloot te leggen. Met weinig meer dan de locatie van het skelet gaan Erlendur en zijn collega’s op onderzoek uit in de buurt en in archieven. Ze weten een aantal vroegere bewoners van het terrein op te sporen. Hoe meer ze in het verleden van de bewoners gaan spitten, hoe meer vervelende zaken er worden blootgelegd.
In flashbacks gaat het verhaal terug naar de crisisjaren en de tweede wereldoorlog. Een man terroriseert zijn vrouw en kinderen. Als hij na een diefstal voor enkele maanden de gevangenis in gaat, bloeit er iets moois op tussen zijn vrouw en een in de buurt gelegerde Amerikaanse soldaat. Tot de man terugkomt uit de gevangenis en zijn vrouw zwanger aantreft…
Door de afwisseling tussen heden en verleden, en doordat je als lezer al gauw in de gaten krijgt dat het geraamte iets te maken heeft met het ongelukkige gezin, maar je weet tot het einde toe niet wat, krijgt het verhaal veel vaart. Enige minpuntje is dat het niet duidelijk is waarom een heel rechercheteam op de vondst van een oud geraamte gezet wordt. Zelfs als het een slachtoffer van moord betreft, dan is dat toch inmiddels verjaard. Of zou dat in IJsland anders liggen?

20 januari 2005

Imprimatur / Monaldi & Sorti

Geplaatst onder: gelezen — Petra @ 21:39


In de pers vergeleken met ‘De naam van de roos’ van Umberto Eco en vijf sterren in de Detective- en Thrillergids van de VN, dus redenen genoeg voor dit boek om op mijn wensenlijstje terecht te komen. En toen ik in de boekhandel ook nog eens tegen een goedkope uitgave aanliep, kon ik er echt niet meer omheen.
Het boek zet sterk in. Rome, 1683. In herberg ‘De Schildknaap’ sterft iemand onder verdachte omstandigheden. De Bargello vreest dat het de pest is en sluit de herberg voor twee weken hermetisch af van de buitenwereld. Niemand mag er meer uit of in. De mensen in de herberg zijn dus helemaal op elkaar aangewezen. Maar bijna niemand blijkt te zijn voor wie hij zich uitgeeft en vrijwel iedereen heeft een verborgen agenda.
Alle ingredienten voor een spannend verhaal zijn dus aanwezig. Helaas komt het boek zijn belofte niet na. Het grootste probleem van het boek vind ik dat het nogal gekunsteld is. Het schijnt dat Monaldi en Sorti (twee historici) tijdens archiefonderzoek op een document zijn gestuit dat belastend is voor de toen heersende paus Innocentius XI. De plot van het verhaal is de onthulling uit dat document. Maar ze hebben er een driedubbele raamvertelling voor nodig om het allemaal een geloofwaardig sausje te geven. De buitenste laag van die raamvertelling is iemand in onze tijd die het manuscript van de twee schrijvers gelezen heeft en aan de paus rapporteert dat alles door historisch onderzoek gestaafd wordt. En passant wijst hij ook nog op een aantal spitsvondigheden in het manuscript. En hier gaan de schrijvers echt te ver: het is wel erg koketterend om op je eigen spitsvondigheden te gaan wijzen.
Hoewel het verhaal zelf, zoals gezegd, een sterke basis en een goede plot heeft, wordt er te veel vaart uit gehaald door ellenlange uitwijdingen over de meest uiteenlopende onderwerpen, varierend van de Europese politiek in 1683 tot astrologie en geneeskunde. Ook hier lijken de schrijvers ons te willen imponeren met hun kennis.
Laatste storend puntje is de vertaling. De vertaler heeft er ongetwijfeld een hele kluif aan gehad om een goede vertaling te vinden voor de vele historische termen van onder meer geneeswijzen, kruiden en gerechten. Maar helaas is taalvaardigheid niet zijn sterkste kant, waardoor er regelmatig een houterig proza ontstaat. Mij leidt dat erg af van de inhoud.
Kortom, als ‘Imprimatur’ de helft dunner was geweest, ontdaan was van de raamvertellingen en beter vertaald was, was het beslist een heel sterk boek geweest. Maar in deze vorm overheerst bij mij toch teleurstelling.

18 januari 2005

Digital Fortress / Dan Brown

Geplaatst onder: gelezen — Petra @ 11:32


Na ‘de Da Vinci Code’ wilde ik meer van Dan Brown lezen. Mijn keuze viel op ‘Digital Fortress’, zijn eerste boek, overigens pas onlangs, na het succes van ‘de Da Vinci Code’, in het Nederlands verschenen als Het Juvenalis Dilemma.
Het boek speelt zich af op het terrein van de NSA, een Amerikaanse geheime dienst. Hoofdpersonen zijn Susan Fletcher, cryptoloog bij de NSA en haar vriend David Becker, universitair docent. Er is nog een hoofd’persoon’, de supercomputer TRANSLTR, die in staat is iedere geheime code binnen een half uur te kraken. Iedere geheime code? Nee, want het boek draait om een code die zo geniaal is dat zelfs TRANSLTR het niet kan kraken. Als die code bekend zou worden, dan kan de hele NSA wel opdoeken, omdat al het duistere gespuis elkaar dan e-mails kan sturen die niet meer te ontcijferen zijn. Het kraken van die supercode vraagt zoveel van TRANSLTR, dat deze oververhit dreigt te raken en binnen korte tijd zal ontploffen. Bovendien heeft de code ook nog een worm ingebouwd, die alle beschermende filters rondom het computersysteem van de NSA aantast, zodat zeer binnenkort alle geheime bestanden van de NSA voor iedereen toegankelijk zullen zijn. Je kunt dus wel zeggen dat het tamelijk belangrijk is om de sleutel te vinden die de code kan stoppen. Susan doet koortsachtige pogingen bij de NSA om dit voor elkaar te krijgen, terwijl David naar Spanje wordt gestuurd om daar de maker van het geheel op te sporen. Het wordt overigens niet goed duidelijk gemaakt waarom het nu David moet zijn die naar Europa moet, behalve dat ie een groot aantal talen vloeiend spreekt, maar het verhoogt wel de spanning van het verhaal.
En dat is waar Dan Brown goed in is. Hij weet prima een spannend verhaal in elkaar te draaien waardoor je het boek niet kunt wegleggen. Dat het ondertussen allemaal nogal onwaarschijnlijk is, dat de karakters nogal plat blijven (van Susan wordt een aantal keren beweerd dat ze erg mooi en zeer intelligent is, maar daar blijft haar karaktertekening dan ook bij) en dat hij wat het computergebeuren betreft wel goed is in het gooien met termen maar een paar keer de plank behoorlijk mis slaat, ach dat is hem vergeven.

Gemaakt met WordPress