Petra’s Weblog

27 januari 2009

Het pauperparadijs / Suzanna Jansen

Geplaatst onder: gelezen — Petra @ 23:15

Bij het opruimen van de zolder van haar ouders vindt journaliste Suzanna Jansen een bidprentje van overgrootmoeder, geboren in 1856, ‘Geboren te Norg (bij Assen)’. Haar moeder weet te vertellen dat over deze voorouder het verhaal ging dat ze als vermogende protestant onder haar stand trouwde, en nog wel met een katholiek, waardoor ze onterfd werd. Gefascineerd door dit verhaal en door het ‘Norg (bij Assen)’ besluit Suzanna Jansen in de familiegeschiedenis te duiken. Op een Geert Mak-achtige manier, waarbij ze de geschiedenis van haar voorouders verbindt aan een meer algemene geschiedenis, doet ze hier verslag van. Ze ontdekt dat armoede als een rode draad door haar stamboom gaat. Zo slaat het ‘Norg’ op de armenkolonie Veenhuizen, waar armlastige gezinnen uit het hele land naar toe gestuurd werden voor een heropvoeding. Haar overgrootmoeder is hier weliswaar als dochter van een opzichter, maar haar situatie verschilt maar marginaal van de overige bewoners. Zij vertrekt uiteindelijk naar Amsterdam, maar haar echtgenoot zou later als zwerver verschillende malen tot ‘Veenhuizen’ veroordeeld worden.
Pas in de generatie van de ouders van Suzanna Jansen kan de familie meegaan met de welvaartsgolf en behoort de armoede tot het verleden.

Het verhaal over armoede door de eeuwen heen is redelijk schokkend. Jansen weet een goed beeld te geven van de al dan niet goedbedoelde pogingen om de armen te ‘helpen’, wat meestal gepaard ging met een hoge mate aan paternalisme en betutteling. Mede door de vloeiende schrijfstijl levert dit een goed verhaal op over de geschiedenis van een arme familie en over twee eeuwen armoedebestrijding in Nederland.

21 januari 2009

What was lost / Catherine O’Flynn

Geplaatst onder: gelezen — Petra @ 23:21

De tienjarige Kate woont alleen met haar oma. Haar moeder is ooit met de noorderzon vertrokken en haar vader, met wie ze een zeer hechte band had, is onverwacht overleden. Kate worstelt met haar eenzaamheid en verdriet en vlucht daarom in haar fictieve detectivebedrijf, Falcons Investigations. Voor dit bedrijf gaat ze met haar compagnon, de knuffelaap Mickey, regelmatig op surveillance in de buurt, waarvan ze nauwgezet rapporten bijhoudt. Kate verdwijnt op een dag spoorloos en wordt nooit meer gezien.

Deel twee van het boek speelt zo’n twintig jaar later. Hier leren we Lisa en Kurt kennen. Maar de eigenlijke hoofdersoon is het giga-winkelcentrum Green Oaks. Lisa is er assistent bedrijfsleider in een platenzaak en Kurt beveiligingsbeambte. Ze denken dat ze Kate zien in het winkelcentrum en gaan samen op onderzoek uit.
Zowel Lisa als Kurt zitten vast in banen waarvan ze zich al jaren voornemen om er mee te stoppen, maar het komt er nooit van. Beiden zijn eenzaam, beiden zijn gevangen in hun routinematige leven en in de routine van Green Oaks, waar de massaconsumptie tot hogere kunst is verheven.

Dan is er nog een kort derde deel, waarin we eindelijk te weten komen wat er gebeurd is met Kate. Maar een echte whodunnit is het boek toch niet. Het is vooral een sfeervol verhaal over uitzichtloosheid en eenzaamheid, het onvermogen van mensen om knopen door te hakken en keuzes te maken.
Wat ik zelf jammer vond, was de abrupte overgang tussen deel 1 en deel 2. Ik vond de belevingswereld van Kate erg goed beschreven. In het tweede deel is Kate niet meer dan een herinnering, een schim uit het verleden en verdwijnt ze totaal naar de achtergrond. De verhalen van Lisa en Kurt staan dan centraal. In het derde deel komen alle verhaallijnen weer bij elkaar (iets wat mij als thrillerlezer natuurlijk deugd doet), maar dat gebeurt zo kort dat het toch niet overtuigend overkomt. Maar ondanks dit is het boek zeker de moeite waard.

20 januari 2009

Kaarten / Nuruddin Farah

Geplaatst onder: algemeen — Petra @ 22:57

Al weer het derde boek uit de ‘Africanon’. Boek 2, ‘Een verblindende afwezigheid van licht’ van Tahar Ben Jelloun, ben ik wel in begonnen, maar ik vond het zo akelig en beklemmend dat ik besloten heb het niet uit te lezen.
Ook ‘Kaarten’ vraagt wel wat van je doorzettingsvermogen als lezer en ik moet eerlijk bekennen dat ik het niet helemaal heb uitgelezen. Het is het verhaal van Askar, een jongen wiens moeder bij zijn geboorte is overleden. Hij wordt daarom opgevoed door Misra. Dit zou een boeiend verhaal kunnen opleveren, ware het niet dat Farah ervoor gekozen heeft dit op een zeer afstandelijke en vervreemdende manier te beschrijven. Dat begint al met het perspectief. Het verhaal van Askar wordt afwisselend in de eerste, tweede (iemand spreekt Askar toe, maar wie is die iemand?) en derde persoon verteld. Bovendien is Askar een nogal ongebruikelijke persoon. Op zijn zesde praat hij al in volzinnen waar sommige volwassenen nog moeite mee zouden hebben: “De dood neemt in mijn hoofd vele gedaanten aan. Doorgaans is hij helemaal in het wit gehuld, in een kleed zoals de Aartsengel draagt, met heel veel zakken, waarin de dagelijkse oogst aan zielen wordt opgeborgen.” Waar de wijsheid vandaan komt, wordt niet uitgelegd. Mede door het feit dat zijn moeder is overleden bij zijn geboorte, is Askar geobsedeerd door de dood, maar ook door zijn eigen identiteit. Daar denkt hij als kind veel over na.
Verder gaan in dit boek dromen en realiteit naadloos in elkaar over. Het boek loopt over van symboliek, waarvan ik eerlijk gezegd zelf het idee heb dat een groot deel daarvan mij ontgaat.
Kortom, het is een verhaal waar ik geen vat op kreeg. Het verhaal van Askar en Misra, tegen de achtergrond van de oorlog in Somalie, is een boeiend gegeven, maar Farah kan het voor mij niet toegankelijk maken. Ik ben na een worsteling van 200 pagina’s afgehaakt.

4 januari 2009

Het lot van de familie Meijer / Charles Lewinsky

Geplaatst onder: gelezen — Petra @ 22:50

Familieroman over de joodse familie Meijer in Zwiterland, spelend in de periode 1880-1945 en dus tegen de achtergrond van het opkomend fascisme. De ’stamvader’ van de familie is veehandelaar, maar zijn kinderen en kleinkinderen worden succesvolle en bemiddelde ondernemers. Lewinsky heeft kleurrijke karakters bij elkaar gebracht die toch vrijwel nergens clichematig aandoen. Ook door de interessante verhaallijnen blijft het lijvige boek (ruim 600 pagina’s) boeien, al wordt het naar het eind toe steeds beklemmender. In Zwitserland zelf heerst geen fascisme, maar de steeds strengere maatregelen tegen joden in Duitsland werpen natuurlijk ook hun schaduw in Zwitserland.
Voor de liefhebbers van familiekronieken een absolute aanrader.

Gemaakt met WordPress